* Onjuiste aanpassing: De meest voorkomende reden. De remschoenen moeten goed op de trommel zijn afgesteld. Als ze te strak zitten, wrijven ze voortdurend tegen de trommel, waardoor er aanzienlijke hitte ontstaat. Dit is vooral waarschijnlijk na vervanging, omdat de nieuwe schoenen mogelijk niet goed op hun plaats zitten of het verstelmechanisme mogelijk verkeerd is afgesteld. Dit is het eerste dat u moet controleren .
* Trommelslingering/kromtrekken: Zelfs een nieuwe trommel kan enigszins kromgetrokken of onrond zijn. Dit ongelijkmatige contact met de schoenen veroorzaakt ongelijkmatig remmen en warmteontwikkeling op één plek. Mogelijk is er een kromgetrokken trommel geïnstalleerd, of heeft de oude de nieuwe schoenen kromgetrokken.
* Vastzittende remklauw (indien aanwezig): Hoewel dit minder waarschijnlijk is bij een trommelremsysteem (Cirrus-achterremmen zijn meestal trommels), bestaat de mogelijkheid dat er een vastzittend onderdeel in de wielcilinder zelf zit. Een vastgelopen zuiger of ander intern onderdeel verhindert dat de schoenen volledig loskomen, waardoor weerstand en hitte ontstaan.
* Parkeerrem: Is de parkeerremkabel goed afgesteld en volledig los? Een gedeeltelijk ingeschakelde parkeerrem veroorzaakt aanzienlijke hitte.
* Verontreiniging: Er kan tijdens de montage iets (vet, olie, remvloeistof) op de remschoenen of -trommel zijn terechtgekomen, waardoor de wrijving is verminderd en hitte is ontstaan.
* Defecte wielcilinder: Hoewel u de schoenen en de trommel hebt vervangen, kan een probleem met de wielcilinder zelf (lekken, interne problemen) tot oververhitting leiden.
Stappen voor probleemoplossing:
1. Controleer of de remschoen goed is afgesteld: Dit is de absolute eerste stap. In de servicehandleiding van uw voertuig wordt de juiste procedure uitgelegd. Een onjuiste afstelling is de meest voorkomende oorzaak.
2. Inspecteer de remtrommel op slingering/kromtrekken: Gebruik een meetklok of zelfs een zeer rechte rand om te controleren op onregelmatigheden. Als de trommel kromgetrokken is, moet deze worden vervangen.
3. Controleer of het wiel vrij beweegt: Probeer, terwijl de parkeerrem UIT staat, het betreffende wiel te laten draaien. Het moet vrij kunnen draaien. Elke weerstand duidt op een probleem.
4. Controleer de parkeerrem: Zorg ervoor dat deze volledig is vrijgegeven.
5. Inspecteer de wielcilinder op lekkage: Zoek naar remvloeistoflekkage rond de wielcilinder.
6. Controleer op remvloeistofvervuiling: Kijk goed naar de schoenen en de trommel op tekenen van vet, olie of andere verontreinigingen.
Als u het niet prettig vindt om deze controles zelf uit te voeren, breng het voertuig dan naar een gekwalificeerde monteur. Het negeren van een aanhoudend heet wiel is gevaarlijk, omdat dit tot remstoringen kan leiden.