1. Zoek het reservoir voor stuurbekrachtigingsvloeistof. Dit is meestal een klein, helder of doorschijnend plastic reservoir. Deze bevindt zich vaak onder de motorkap, vlakbij de stuurbekrachtigingspomp. Raadpleeg uw gebruikershandleiding voor de exacte locatie; het kan een label hebben.
2. Start de auto. Laat de motor een paar minuten draaien om de vloeistof te laten circuleren en een nauwkeurige meting te verkrijgen. Draai het stuurwiel meerdere keren van slot naar slot om ervoor te zorgen dat de pomp de vloeistof circuleert. Zet vervolgens de motor af.
3. Inspecteer het vloeistofpeil. Kijk naar het reservoir. De meeste hebben minimale en maximale vullijnen (vaak gemarkeerd met "MIN" en "MAX"). Het vloeistofpeil moet zich ergens tussen deze lijnen bevinden als de motor is uitgeschakeld. De vloeistof moet een roodachtige of amberkleurige kleur hebben. Als het donkerbruin of zwart is, is het waarschijnlijk vervuild en moet het worden doorgespoeld en vervangen.
4. Niet te veel vullen. Te veel vullen kan net zo erg zijn als te weinig vullen.
Belangrijke opmerking: Als u het reservoir niet gemakkelijk kunt vinden of als u niet zeker bent van het vloeistofpeil, raadpleeg dan uw gebruikershandleiding of een gekwalificeerde monteur.