* Vroege auto's: De eerste auto's waren ongelooflijk complex en vereisten gespecialiseerde vaardigheden om te repareren. Deze vaardigheden werden waarschijnlijk gehouden door personen die al met machines werkten, zoals smeden, machinisten of ingenieurs.
* evolutie van het beroep: Het concept van een "auto -monteur" als een duidelijk beroep evolueerde in de loop van de tijd naarmate auto's vaker voorkomen en gestandaardiseerd. Vroege autobezitters vertrouwden vaak op de fabrikant voor reparaties of moesten individuen vinden met een combinatie van mechanische vaardigheden.
In plaats van een enkele persoon zou je deze factoren kunnen overwegen:
* Vroege innovators: Mensen zoals Gottlieb Daimler en Karl Benz, die een belangrijke rol speelden bij het ontwikkelen van de vroege interne verbrandingsmotor, speelden ook een rol bij het begrijpen en behouden van hun creaties.
* Vroege garages: De opkomst van garages in de late 19e en vroege 20e eeuw zorgde voor speciale ruimtes voor autoreparaties, en degenen die in deze garages werkten, begonnen zich te specialiseren in autoreparatie.
* Technische training: Naarmate de complexiteit van auto's groeide, kwamen formele trainingsprogramma's voor automonteurs vaker voor. Dit hielp bij het standaardiseren van de vaardigheden en kennis die nodig zijn voor het beroep.
In wezen ontstond de rol van de auto -monteur geleidelijk als gevolg van de evolutie van de auto en de noodzaak van gespecialiseerde vaardigheden om ze te repareren en te onderhouden.