De bescherming komt van:
* De interne wikkelingen van de compressor: Deze zijn ontworpen om een bepaalde hoeveelheid stroom te weerstaan. Overstroom zal ervoor zorgen dat ze oververhit raken en falen, wat als een (destructieve) stroomlimiet fungeert.
* Het compressorkoppelingsrelais: Dit relais schakelt de hoge stroom naar de compressor. Hoewel het geen diode is, *kan* een defect relais mogelijk overmatige stroom trekken voordat het faalt, en fungeert het als een soort beschermend element, maar de primaire functie is niet stroombegrenzend.
* De kabelboom en zekeringen/stroomonderbrekers: De bedrading en beveiligingsvoorzieningen (zekeringen en stroomonderbrekers in de zekeringkast onder de motorkap en/of het zekeringenpaneel aan de binnenkant) zijn ontworpen om een specifieke stroomsterkte aan te kunnen. Een overstroomsituatie zal ervoor zorgen dat een zekering doorbrandt of een stroomonderbreker uitschakelt, waardoor de compressor en andere componenten worden beschermd. Dit is de meest waarschijnlijke manier om met overstroom om te gaan.
Om een mogelijk overstroomprobleem te diagnosticeren, moet u de bedrading, zekeringen en relais van de compressor controleren, op zoek naar tekenen van oververhitting, smelten of schade. Door het stroomverbruik van de compressor te meten (met een geschikte stroomtang) kan ook worden vastgesteld of deze het normale bedrijfsbereik overschrijdt.
Kortom:de "stroombegrenzing" is een verdeelde functie over meerdere veiligheidscomponenten, niet over één enkele diode.