De spanning wordt geleverd via een circuit dat zorgvuldig wordt bestuurd door de computer van het voertuig (PCM of ECM). Deze regeling zorgt ervoor dat de pomp alleen draait wanneer dat nodig is (bijvoorbeeld wanneer het contact aan staat en/of de motor draait), en kan zelfs de snelheid van de pomp aanpassen afhankelijk van de motorbehoefte. Het systeem beschikt ook over veiligheidsvoorzieningen om te voorkomen dat de pomp onnodig draait of als er een probleem wordt gedetecteerd.