1. Laag efficiëntie:
* Lage stoomdruk: Vroege motoren werkten bij zeer lage stoomdrukken (vaak slechts een paar PSI), wat resulteerde in een laag vermogen.
* Onvolledige verbranding: Vroege ketels waren inefficiënt, wat vaak resulteerde in onvolledige verbranding en verspilde brandstof.
* verspillende warmte -dissipatie: Grote hoeveelheden warmte gingen verloren door de verschillende componenten van de motor, waardoor de efficiëntie verder wordt verminderd.
2. Betrouwbaarheid en onderhoud:
* Materiaalbeperkingen: Vroege motoren werden gebouwd met materialen die vatbaar waren voor slijtage, waardoor frequente reparaties nodig waren.
* Gebrek aan smering: Juiste smering werd slecht begrepen, wat leidde tot overmatige wrijving en slijtage.
* Complexe ontwerpen: Vroege ontwerpen waren vaak complex en moeilijk te onderhouden, vooral in de handen van niet -getrainde operators.
* condensatie: Condensatie binnen de motorcilinders verminderde het vermogen en verhoogde slijtage.
3. Beperkte toepassingen:
* Bulkiness en maat: Vroege motoren waren groot en omvangrijk en beperkten hun mobiliteit en toepassingen.
* Hoge bedrijfskosten: De lage efficiëntie en hoge onderhoudsvereisten maakten vroege stoommachines duur om te bedienen.
4. Veiligheidsproblemen:
* ketel explosies: Ketels waren vatbaar voor explosies vanwege overdruk of ontwerpfouten.
* Stead Steam: Stoomlekken kunnen ernstige brandwonden voor operators veroorzaken.
5. Prestatieproblemen:
* lage snelheid: Vroege motoren werkten met langzame snelheden, waardoor hun vermogen om machines van stroom te voorzien, beperkt.
* Onregelmatige beweging: De bewervingsbeweging van de zuiger was vaak schokkerig en ongelijk.
* Beperkte vermogensuitgang: De lage efficiëntie en ontwerpbeperkingen resulteerden in een beperkt vermogen.
Deze ontwerpproblemen werden geleidelijk in de loop van de tijd aangepakt door innovaties zoals:
* Verbeterde ketelontwerp: Verhoogde stoomdruk en efficiëntere verbranding.
* Hogedrukstoom: Hogere stoomdruk leidde tot een groter vermogen.
* verbeterde materialen: Sterkere en duurzamere materialen maakten efficiëntere motoren mogelijk.
* condensorontwerp: Afzonderlijke condensers verbeterden de efficiëntie en verminderde slijtage.
* Smeertechnieken: Beter begrip van smering leidde tot verminderde slijtage.
* Motorontwerpen: Meer compacte en efficiënte ontwerpen, zoals de samengestelde motor en de roterende motor.
Deze innovaties hebben uiteindelijk geleid tot de ontwikkeling van krachtigere, betrouwbare en efficiënte stoommotoren die een revolutie teweegbracht in de industrie en transport.