* Gaskleppositiesensor (TPS): Deze sensor meet de positie van de gasklep en stuurt een signaal naar de motorregeleenheid (ECU). Dit is cruciaal voor het bepalen van de brandstoftoevoer en het ontstekingstijdstip.
* Idle Air Control Valve (IACV) of Idle Speed Control (ISC) klep: Deze klep regelt de hoeveelheid lucht die bij stationair toerental langs de gasklep stroomt, waardoor de ECU een consistent stationair toerental kan handhaven.
* Brandstofinjectoren: Dit zijn elektronisch gestuurde kleppen die brandstof in het inlaatspruitstuk injecteren. De ECU regelt de duur van hun opening (pulsbreedte) om de hoeveelheid ingespoten brandstof te bepalen.
* Luchtstroomsensor (MAF of MAP): Hoewel niet direct *op* het gasklephuis, is de Mass Airflow Sensor (MAF) of Manifold Absolute Pressure-sensor (MAP) essentieel voor het TBFI-systeem. Het meet de hoeveelheid lucht die de motor binnenkomt, waardoor de ECU de benodigde brandstof nauwkeurig kan berekenen. (MAF komt vaker voor in TBFI-systemen)
* Bekabeling: Deze verbindt alle componenten met de ECU.
Dus hoewel het gasklephuis zelf een mechanisch onderdeel is, is de functie ervan binnen een brandstofinjectiesysteem volledig afhankelijk van deze bijbehorende elektrische componenten.