* Type brandstofsysteem: Moderne systemen met brandstofinjectie zijn over het algemeen zelfontluchtend. De brandstofpomp ontlucht het systeem automatisch wanneer het contact wordt aangezet. Oudere carburateursystemen vereisen vaak handmatig ontluchten.
* Locatie van de brandstofpomp: Als de pomp zich in de brandstoftank bevindt, is er doorgaans minder kans dat er lucht in de leidingen komt dan bij pompen die zich extern bevinden.
* Wijze van vervanging: Als er tijdens het vervangingsproces lucht in de brandstofleidingen terecht is gekomen, kan ontluchten nodig zijn, ongeacht het systeemtype.
* Symptomen: Als de motor draait maar niet start nadat de pomp is vervangen, is lucht in de brandstofleidingen zeer waarschijnlijk en kan ontluchten nodig zijn.
In het kort: Hoewel veel moderne systemen zelfontluchtend zijn, is het geen slecht idee om na het vervangen van de brandstofpomp eventuele lucht in de leidingen te controleren en aan te pakken. Als de auto na de vervanging niet start of slecht loopt, moet u vrijwel zeker het systeem ontluchten, handmatig (als uw auto hier een methode voor heeft) of door de pomp het systeem tijdens verschillende ontstekingscycli te laten ontluchten. Raadpleeg de reparatiehandleiding van uw voertuig voor specifieke instructies.