1. De zekeringen: Dit is het gemakkelijkste en goedkoopste om eerst te controleren. Raadpleeg uw gebruikershandleiding om de zekering(en) voor de ruitenwissers te vinden (er kan er een zijn voor de motor en een andere voor de intermitterende functie). Controleer op doorgebrande zekeringen; een kapotte gloeidraad binnenin zal zichtbaar zijn. Vervang eventuele doorgebrande zekeringen door zekeringen met de *juiste stroomsterkte*.
2. De ruitenwisserschakelaar: De schakelaar zelf kan defect zijn. Het is een veelvoorkomend punt van falen. Om dit te testen is vaak een multimeter nodig om de continuïteit (stroomstroom) in verschillende schakelaarposities te controleren. Een slechte schakelaar moet vervangen worden.
3. De ruitenwissermotor: De motor zelf is mogelijk doorgebrand, vastgelopen door ouderdom en corrosie, of heeft een defecte verbinding. Dit vereist het controleren van de stroomvoorziening van de motor (met een multimeter, wees voorzichtig!) en mogelijk het testen van de motor zelf (vaak gaat het om het verwijderen ervan). Een defecte motor moet worden vervangen.
4. De ruitenwisserkoppeling: De mechanische verbinding die de motor met de wisserarmen verbindt, kan kapot, losgekoppeld of vastgelopen zijn. Dit omvat vaak visuele inspectie en soms smering (indien vastgelopen). Kapotte onderdelen moeten worden vervangen.
5. Het ruitenwissermotorrelais: Sommige voertuigen gebruiken een relais om de ruitenwissermotor aan te sturen. Een defect relais zorgt ervoor dat de motor niet werkt. Hiervoor moet het relais visueel worden gecontroleerd op schade en eventueel worden getest met een multimeter. Een defect relais moet worden vervangen.
6. Bedradingsproblemen: Corrosie, kapotte draden of losse verbindingen in de kabelboom kunnen de stroom naar de ruitenwissers onderbreken. Hiervoor moet vaak de bedrading van de schakelaar naar de motor worden gevolgd, op zoek naar eventuele schade of losse connectoren.
7. Lage sproeiervloeistof: Hoewel het niets met elkaar te maken heeft, schakelen sommige systemen de ruitenwissers niet in als het ruitensproeiervloeistofreservoir leeg is. Dit is een veiligheidsmechanisme om te voorkomen dat de motor doorbrandt als er geen vloeistof is om de ruitenwissers te smeren. Controleer het vloeistofpeil.
Stappen voor probleemoplossing:
1. Begin met de zekeringen. Dit is de gemakkelijkste en snelste controle.
2. Controleer het niveau van de ruitensproeiervloeistof.
3. Inspecteer visueel de ruitenwisserverbinding. Zijn er onderdelen kapot of los?
4. Controleer de werking van de ruitenwisserschakelaar. Maakt hij goed contact?
5. Als al het andere niet lukt, heb je waarschijnlijk een multimeter nodig om de bedrading en de motor-/relaisvoeding te controleren. Dit vereist enige elektrische kennis en kunt u het beste aan een professional overlaten als u zich er niet prettig bij voelt.
Als u het niet prettig vindt om aan het elektrische systeem van uw auto te werken, kunt u deze het beste naar een monteur brengen voor diagnose en reparatie. Als u probeert elektrische problemen te diagnosticeren zonder het juiste gereedschap en de juiste kennis, kan dit tot verdere schade leiden.