* Historische voorrang en gevestigde wegensystemen: Veel landen adopteerden al vroeg een linksrijdend systeem, vaak beïnvloed door factoren als de dominante richting van het door paarden getrokken verkeer of de manier waarop landbouwwerktuigen werden bediend. Zodra een standaard eenmaal was vastgesteld, werd het uiterst moeilijk en kostbaar om deze te veranderen. Dit is de reden waarom veel landen, waaronder Groot-Brittannië, Japan, Australië en India (onder andere), vasthouden aan linksrijdende en rechtsgestuurde stuurwielen.
* Inhalen op smalle wegen/inhalen: Linksrijdende systemen maken inhalen op smalle enkelsporige wegen in sommige scenario’s veiliger. Met de bestuurder aan de linkerkant hebben ze beter zicht op het tegemoetkomende verkeer. Op dezelfde manier bieden systemen voor rechts rijden vergelijkbare voordelen in verschillende situaties.
* Infrastructuur: Zodra een land een links- of rechtsrijdend systeem heeft ingevoerd, wordt een groot deel van de infrastructuur (wegen, bruggen, rotondes enz.) er omheen ontworpen. Een overstap zou een grootschalige en ontwrichtende revisie vereisen.
* Praktische overwegingen: In sommige gevallen, vooral historisch gezien, kunnen bepaalde aspecten van het ontwerp en de productie van voertuigen zijn beïnvloed door lokale omstandigheden, waardoor het bestaande systeem verder is versterkt.
Kortom, het is geen eenvoudige keuze, maar eerder een complex samenspel van historische conventies, wegontwerp, veiligheidsoverwegingen en de aanzienlijke kosten van het veranderen van gevestigde infrastructuur en maatschappelijke gewoonten. De huidige verdeling van links- en rechtsrijdend verkeer weerspiegelt deze historische processen en hun langdurige effecten.