Enkele veel voorkomende mogelijkheden zijn echter:
* Crankpositiesensor (CKP) of nokkenpositiesensor (CMP): Deze sensoren vertellen de computer de positie van de krukas en nokkenas. Als deze defect is, weet de computer niet wanneer de bougies moeten worden ontstoken, wat resulteert in een niet-startsituatie. Dit is een veel voorkomende boosdoener in situaties zonder start.
* Mass Airflow Sensor (MAF)-sensor: Een defecte MAF-sensor zorgt voor onnauwkeurige luchtinlaatmetingen, waardoor de computer het brandstofmengsel verkeerd aanpast. Hoewel dit het starten misschien niet helemaal verhindert, kan het wel leiden tot een slechte loopconditie of het niet starten.
* Problemen met het brandstofsysteem:
* Brandstofpomp: Een zwakke of defecte brandstofpomp levert mogelijk niet voldoende brandstofdruk aan de motor.
* Brandstoffilter: Een verstopt brandstoffilter kan de brandstofstroom beperken.
* Brandstofinjectoren: Verstopte of defecte injectoren voorkomen dat brandstof de cilinders bereikt.
* Problemen met het ontstekingssysteem:
* Bobine: Een defecte bobine kan vonkvorming in één of meerdere cilinders voorkomen.
* Bougies/draden: Versleten, beschadigde of vervuilde bougies of kabels kunnen een goede ontsteking verhinderen.
* Gaskleppositiesensor (TPS): Een defecte TPS kan de computer onnauwkeurige informatie over de gasklepstand geven, wat tot startproblemen kan leiden.
* Computerproblemen (PCM): Hoewel minder gebruikelijk, kan een defecte PCM voorkomen dat de motor start.
Stappen voor het oplossen van problemen (naast het ophalen van de codes):
1. Controleer op duidelijke problemen: Zoek naar losse of beschadigde draden, vooral rond het ontstekingssysteem en de sensoren.
2. Controleer de brandstofdruk: Hiervoor is meestal een brandstofdrukmeter vereist. Een lage brandstofdruk duidt op een probleem met de brandstofpomp, het filter of de drukregelaar.
3. Inspecteer de bougies: Controleer hun staat:zijn ze vervuild, versleten of beschadigd?
4. Controleer of er stroom is bij de brandstofpomp: Met een eenvoudige spanningstest kan worden vastgesteld of de pomp stroom krijgt.
In het kort: Het verkrijgen van de storingscodes is de cruciale eerste stap. Breng uw auto naar een auto-onderdelenwinkel of een monteur om ze te laten uitlezen. Dit geeft u een veel duidelijker beeld van het probleem en voorkomt onnodige vervanging van onderdelen.