Als u banden heeft vervangen, geroteerd of opgepompt, zal het systeem zichzelf doorgaans opnieuw kalibreren nadat u een korte afstand (een paar kilometer) met gematigde snelheid hebt gereden. Het waarschuwingslampje voor lage bandenspanning moet automatisch uitgaan als de banden goed zijn opgepompt.
Als het lampje echter blijft branden na het rijden, overweeg dan de volgende mogelijkheden en acties:
* Juiste inflatie: Zorg ervoor dat al uw banden tot de juiste spanning zijn opgepompt, zoals aangegeven op de sticker aan de binnenkant van de deurpost aan de bestuurderszijde. Gebruik een betrouwbare bandenspanningsmeter, niet alleen de meter van de luchtcompressor van het benzinestation.
* Sensorproblemen (indirecte TPMS): Hoewel het geen "reset" is, kan een defecte ABS-sensor het waarschuwingslampje activeren. Dit vereist professionele diagnose en reparatie bij een monteur of bandenwinkel.
* Andere problemen: Af en toe kunnen andere elektrische problemen ervoor zorgen dat het waarschuwingslampje gaat branden. Een monteur kan u helpen dit te diagnosticeren als de bandenspanning correct is.
Kortom:er is geen resetknop. Het correct oppompen van banden is de eerste stap. Als het lampje blijft branden, raadpleeg dan een monteur. Zij kunnen het probleem nauwkeurig diagnosticeren. Probeer niet iets te 'resetten' dat mogelijk een mechanische of elektrische storing heeft.