Hier is een overzicht van waarom *niet* de injectoren direct de oorzaak zijn van de no-crank-toestand, en wat waarschijnlijker is:
* De injectoren *reageren* op een signaal: De pulserende injectoren geven aan dat de PCM signalen ontvangt van de krukaspositiesensor (CKP), nokkenaspositiesensor (CMP) en andere sensoren. Als er een groot probleem zou zijn met het injectorcircuit, zou je waarschijnlijk *geen* pulsen zien.
* Het probleem zonder crank: De meest waarschijnlijke oorzaken van een no-crank-situatie met brandstofdruk en ontsteking zijn:
* Startmotor: Dit is de meest voorkomende oorzaak. De starter is verantwoordelijk voor het inschakelen van het vliegwiel van de motor om het te laten draaien. Het kan een defect zijn, een slechte verbinding of onvoldoende stroom (lage batterijspanning). Test de starter rechtstreeks met behulp van een startdraad vanaf de accu (uiterste voorzichtigheid!)
* Batterij/oplaadsysteem: Een zwakke of lege accu levert niet genoeg vermogen om de motor aan te zwengelen. Controleer de accuspanning. Een lage spanning, zelfs met een ogenschijnlijk goede batterij, kan ook duiden op een probleem met de dynamo.
* Neutrale veiligheidsschakelaar: Deze schakelaar voorkomt dat de starter wordt ingeschakeld, tenzij de transmissie in de parkeer- of neutraalstand staat. Een defecte schakelaar verhindert het starten.
* Contactslot: Deze schakelaar regelt de stroomtoevoer naar de starter. Een versleten of kapotte contactschakelaar zorgt ervoor dat de starter geen stroom krijgt.
* Bekabeling en aansluitingen: Losse, gecorrodeerde of beschadigde bedrading in het startcircuit kan de stroom naar de starter onderbreken. Inspecteer alle bedrading en aansluitingen met betrekking tot de starter, accu en contactschakelaar.
* Solenoïde: De startsolenoïde is een elektromagneet die de startmotor inschakelt. Een defecte solenoïde zorgt ervoor dat de starter niet kan inschakelen.
In het kort: De pulserende injectoren zijn een afleidingsmanoeuvre. Concentreer uw inspanningen voor het oplossen van problemen op het startsysteem. Controleer de accuspanning, inspecteer de startmotor en de aansluitingen ervan, en onderzoek de neutraalstandschakelaar en de contactschakelaar. Een multimeter zal een zeer waardevol hulpmiddel zijn voor deze diagnose.