* overal geplaatst met toegang tot steenkool: Voorafgaand aan de stoommotor waren fabrieken beperkt tot locaties met betrouwbare waterkracht. De stoommotor bevrijdde fabrieken van deze beperking, waardoor ze in stedelijke gebieden in de buurt van arbeidspools of transporthubs kunnen worden gebouwd.
* het hele jaar door werken: Waterkracht was onbetrouwbaar tijdens droogte of vriestemperaturen. Steammotoren zorgden voor een consistente stroombron die het hele jaar door zou kunnen werken.
* groter en krachtiger: Stoommotoren kunnen veel grotere en complexere machines voeden dan waterwielen, waardoor goederen op een veel grotere schaal mogelijk zijn.
* Efficiënter zijn: Stoommotoren waren efficiënter dan waterwielen, wat betekent dat fabrieken meer goederen konden produceren met minder energie -input.
* Stimuleer nieuwe uitvindingen en industrieën: De stoommachine was een belangrijke motor van de industriële revolutie, wat leidde tot de ontwikkeling van nieuwe technologieën zoals de stoomlocomotief en het stoomschip.
Kortom, de stoommotor bracht een revolutie teweeg in de industriële productie door deze krachtiger, efficiënter, flexibel en schaalbaarder te maken.